Stichting Atherin

LARP - Stichting Atherin
 
IndexIndex  KalenderKalender  FAQFAQ  ZoekenZoeken  GebruikerslijstGebruikerslijst  GebruikersgroepenGebruikersgroepen  RegistrerenRegistreren  Inloggen  

Deel | 
 

 De Slag bij Andolyss aan de Dyme

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Admin
Admin
avatar

Aantal berichten : 211
Registratiedatum : 27-06-09
Leeftijd : 31

BerichtOnderwerp: De Slag bij Andolyss aan de Dyme   wo aug 12, 2009 8:58 am

DE SLAG BIJ ANDOLYSS AAN DE DYMME


Vanuit het Westen trok Challym II toen met een groot leger,
in een uitputtende vierdaagse ijlmars,
over de vlakte van Nara op, naar het dal van de Dymme
Aan de bovenloop, waar de uitlopers van het hoogland van Tyra beginnen,
sloeg hij kamp op zodat hij de heidevelden van Nara kon overzien.

Ik was erbij toen dit leger wapenschouw hield.
Een machtig spektakel van banieren en standaarden.
Een der prachtigste legers dat Atherin ooit had gezien.
Er wordt gezegd,
dat het meer dan honderd maal duizend krijgers telde
Maar voorwaar, ik zeg u:
het was waarschijnlijk het dubbele daarvan.

De dappere Narai waren moe maar vastbesloten hun vrijheid en land,
niet prijs te geven.
Hun priesters riepen in rite de Grote Goden van Wanorde aan hen bij te staan,
in het gevecht dat zou volgen.
Grootse krijgers beloofden de Grote Gudari het offer van de vijand,
dan wel hun eigen ziel.
Ook riep men vooral de Grote Uhn aan, die ooit over Nara regeerde,
in de era van Wanorde en door de Narai zeer gevreesd wordt.
Op de avond voor de slag zag men in de schemer van de Drie,
het licht van de vele vijandelijke kampvuren.
Deze waren zo talrijk dat twijfel in de rangen van de Narai dreigde post te vatten.

Nu achtte Challym II de tijd rijp om zijn troepen toe te spreken.
Daartoe beklom hij een heuvel van welke iedereen hem zou kunnen horen.
Hij sprak aldus:

“Dappere Narai,
ik Challym II, Kampioen van Wanorde,
De Grote Goden vrezend,
Leidde u hierheen.
Sinds onze Groene Gewelven het toneel van bloederige strijd zijn geworden,
was de nood van Nara nooit zo hoog als nu.
Men brandschatte uw dorpen, stal uw vrouwen en kinderen,
slachtte uw vee, vernietigde uw oogsten,
en rooide zelfs uw wouden.
Gij leefde jaren onder het juk van uw overheersers,
en smeekte dat de dag van uw bevrijding ooit mocht aanbreken
Ik zeg U,
Morgen, wanneer de Kleine Rode zijn eerste licht werpt, is die dag aangebroken!
Beneden in het dal wacht de vijand.
Ik ken haar kampioen en ben niet bevreesd.
Ik bracht u hier in ijlmars daar ik de voordelen van het terrein wil uitbuiten.
Nu, Gij zijt allen zeer vermoeid, maar werp dit van U af.
Gij treft uw vijand morgen aan met de Dymme in zijn rug,
en met oplopende grond voor zich.
Uw vijand moge talrijker zijn, Gij hebt het voordeel.
Weet dit dan, en weet dat er achter U geen nog in Nara is, die, wanneer ge faalt,
uw dood nog zou kunnen wreken.
Nara staat of valt met U.
Gaat dan nu ten ruste, want morgen is de beslissende dag.
Morgen is de dag aan Nara !”

Zo sprak Challym II, Kampioen van Nara.
En met zijn woorden vatten de harten van Nara moed.
Een oorverdovende strijdkreet rolde als een donder over de heuvels.
Het vuur las ik toen in hun ogen, zij waren vastbesloten om de volgende dag
te zegevieren.

Nu was er in het kamp van de Narai een priester en ziener die in hoog aanzien stond, en die men kende als Rand.
Hij vreesde de Grote Goten zeer, en leefde zijn leven in dienst van de Grote Goden van Wanorde.
Hij riep, zoals alle Narai dat doen vooral de Grote Ehun aan.
Bovendien was hij zeer vervuld van de vurige geest die de Narai eigen is,
en hield van zijn land en volk als geen ander.

Daar hij echter niet vaardig was in het gebruik van zwaard noch speer,
vroeg hij bij de wacht toestemming om Challym II in zijn tent te mogen bezoeken,
zodat hij hem zijn diensten kon aanbieden.
Zulks werd hem toegestaan.

Zodra Rand de tent was binnengekomen maakte Challym II
een diepe buiging voor hem,
(dit kwam mij als inwoner van Zomi als een zeer vreemd gebruik voor,
maar de Narai koesteren een zeer diep respect voor godsvrezende zieners !)

Toen sprak Rand:
“Heer Challym, nu de dag van onze bevrijding aanstaande is,
besef ik dat ik als strijder op het slagveld geen verschil zal maken,
daar ik niet de kunde heb zwaard of speer te hanteren.
Morgen zullen, wanneer het de Goden schikt,
slechts zwaarden en speren de slag voor Nara winnen.
Gij moet U gesteund weten door de hooggeëerde Ehun.
Aan hem heb ik veel geofferd.
Toch vraag ik U mij een dienst te bewijzen, en mij Uw zwaard en speer te laten zegenen, opdat ook ik, door U en Uw wapens, onze vijand neer kan slaan.”

Challym II was door dit aanbod zeer vereerd ,en gaf zijn zwaard en speer aan de ziener, die er mee ter rite toog.
Enige tijd later bracht Rand de wapens naar Challym II terug.
Toen de Kampioen zijn zwaard wilde aangorden,
bemerkte hij dat het veel lichter aanvoelde.
Challym II was hiervan zeer verguld, en beloofde de ziener,
zijn vijand aan de Grote Ehun te offeren,
en daarbij de naam van zijn trouwe priester te scanderen.
Rand maakte een knieval voor de Kampioen van Nara en verliet daarna de tent.
Waarheen hij toen ging weet geen, maar er wordt gezegd dat hij de uil was,
die de gehele volgende dag, hoog boven het slagveld vloog.

Toen de eerste stralen van de Kleine rode over de horizon braken,
beval Challym II zijn aanvoerders hun afdelingen in slagorde op te stellen.
Het leger vormde daarop een langgerekte linie over de glooiende heuvels.
Op de rechterflank was de linie maarliefst zeven rijen diep.
Achter de speerlieden stonden de zwaarddragers,
geschaard onder de banieren van hun huizen.
Men zag de kleuren van de vele streken van Nara op hun ronde schilden.
Het was voorwaar een groots gezicht.
Voor de linie stelden aanvoerders uit de nabijgelegen dorpen,
hun trefzekere boogschutters op.
Op de flanken stonden krijgers uit het oosten van Nara,
Die geroemd worden vanwege hun snelheid.
Ook besloot Challym II enkele eenheden van zijn eigen garde in reserve te houden,
zodat hij, wanneer dat nodig mocht blijken, gaten in de linie kon dichten.
Het grootste gedeelte van de garde stelde hij in het midden van de linie op,
en hij vervoegde zich zelf bij hen.

Deze garde was een afdeling van zeer ervaren en aanzienlijke krijgers
die reeds jaren trouw aan de zijde van de Kampioen hadden gevochten.

Beneden ons zagen wij de Dymme zich als een glinsterende rode slang
door het dal kronkelen.
Ik herinner mij de opwinding die door de rangen ging toen men het enorme vijandelijke leger zich zag opstellen in een flauwe bocht van de rivier.
Challym II kreeg zijn gelijk: de vijand was zo trots te denken dat deze Narai
hem niet zouden kunnen weerstaan.

De kampioen van het vijandelijke leger uit Lygann Kraw was hij
die wij kennen als Trakl II, de Grote, maar die de Narai doorgaans
‘de Bloedzuiger’ noemen.
Ik zal hem hier verder ook zo blijven noemen.
Het is velen onder ons bekend welk een overmoedig karakter de Bloedzuiger had,
en dat hij zichzelf de bijnaam ‘de Grote’ had toegemeten.
Hij regeerde met harde hand over zijn eigen volk, en had gedurende de jaren van
oorlog, dit schrikbewind ook andere volkeren van Gryamm opgelegd.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://stichtingatherin.actieforum.com
Admin
Admin
avatar

Aantal berichten : 211
Registratiedatum : 27-06-09
Leeftijd : 31

BerichtOnderwerp: Re: De Slag bij Andolyss aan de Dyme   wo aug 12, 2009 9:00 am

(vervolg)

Hier stonden de Narai onder Challym II,
en zij voelden dat zij hun lot in eigen hand hadden.
Challym viel aan.
De slag was begonnen.
Daar klonk het hoorngeschal ter trage opmars.
De linie kwam in beweging.
Daar klonken de marsstromen ter versnelde opmars.
De linie snelde de glooiende hellingen omlaag.
De Bloedzuiger stuurde zijn boogschutters en slingeraars naar voren.
Toen zij binnen schootsafstand kwamen,
lieten de Narai een regen van pijlen op hen neerdalen.
Zij schoten hun kokers leeg,
zonder dat zij zelf ooit binnen het bereik van de vijand kwamen.
Slechts enige van de vijandelijke slingeraars troffen doel.
Hierna trokken de boogschutters van de Narai zich ordentelijk terug achter de linie.
De vijandelijke boogschutters waren daar in grote getale gevallen.
De bloedzuiger liet het chargesignaal geven.
Challym II beval de linie halt te houden en wachtte toen af.

De vijandelijke linie stormde de heuvels op.
Challym II liet de speerarmen naar voren treden.
Toen vlogen de speren door de lucht.
Vijandelijke speren troffen zand.
Narai speren troffen vlees.
De vijandelijke opmars stokte in verwarring.
Challym II beval nu de vleugels het aanstaande gevecht te ontlopen
en zich via een omweg naar de Dymme te snellen,
om vanaf daar de flanken op een later moment in de slag te kunnen dekken.
Toen verlieten de beide uiterste vleugels het slagveld.

Nu klonken de hoorns van de Narai wederom tot opmars.
De linies klapten op elkaar.
Schilden braken, bijlen knapten.
Nooit zag ik een gevecht zo fel en verbeten.
Daar vielen veel dappere krijgers.
Het gekerm en geschreeuw van de ontelbare gewonden en verminkten
zal mij voor altijd bijblijven.

Geen kon de ander nu breken.
De garde vocht als was zij bezeten van de Grote Garudi zelve.
Aan het hoofd hiervan, en in het midden van de strijd,
vocht Challym II als een ware Kampioen van Wanorde, en hij offerde
zoals hij de dag daarvoor de ziener had beloofd,
iedere vijand die hij doodde aan de Grote Ehun, en loofde daarbij
Rand de godsvrezende ziener die hem zulk een machtig zwaard had geschonken.
Ik zeg U, voorwaar, hij doodde vele vijanden.
Ik zag het zelf.

Beide linies hielden stand tot de Kleine Rode halverwege diens hoogtepunt stond,
en de Grote Witte over de horizon kwam.
Het plotse felle licht verblindde velen in onze linie,
en benadeelde hen in het gevecht.
Maar ook omdat het gewicht van de diepte van de vijandelijke rangen
begon te tellen, kwam het zo dat de linie van de Narai langzaam
terrein moest prijsgeven.

Aanvoerders van de Narai brachten Challym II berichten.
De linie hield stand maar verloor terrein, en de rijen werden dunner.
Vooral de linkerflank was aanzienlijk verzwakt.
De Bloedzuiger had zijn meest ervaren troepen op deze flank opgesteld.
Waarschijnlijk om aldaar een doorbraak te forceren.
Ware dat zijn bedoeling geweest, dan was hij daar nog niet in geslaagd.
De linker flank hield vooralsnog stand maar had versterking nodig.

Challym overwoog het resterende deel van de Garde in te zetten
maar hij twijfelde toen zo scheen het mij.
Nu, hierin voorzien de Grote Goden wanneer het hen schikt.
De aanvoerder van de boogschutterafdeling meldde zich aan
en rapporteerde de volledige beschikbaarheid.
Zijn manschappen hadden achter het strijdgewoel naar bruikbare pijlen gezocht,
en er voldoende gevonden, om zich als afdeling inzetbaar te melden.

Toen besloot Challym II zijn linkerflank met een grote eenheid van deze boogschutters te versterken, en hij beval niet te schieten,
als men niet zeker van een treffer was.
Hetzelfde bevel gaf hij de andere eenheden, en zond hen mee met de verschillende aanvoerders, als versterkingen.
Een derde eenheid droeg hij op
zich aan te sluiten bij de in reserve gehouden gardeafdeling.
Voorts zegde hij aan alle aanvoerders dat hun afdelingen zich tot nader order
slechts tot standhouden dienden te beperken.

Nog moesten de Narai terrein prijsgeven.
De boogschutters maakten aanvankelijk een verschil
tot zij weer door hun pijlen geraakten:
de vijand was groot in getal!

De wende verliep,
maar de dappere en verbeten Narai gaven hun grond niet zo maar prijs.

Ook de vijandelijke rangen raakten blijkbaar vermoeid.
Ondanks de overmacht in getal vertoonden de linies tekenen van zwakte.
Hier en daar verlieten vijandelijke krijgers zelfs het slagveld.
Dan dien ik nog te vermelden, dat ik De Bloedzuiger
tot op dat moment niet in het aangezicht had mogen schouwen.
Hij had zich lafhartig, afzijdig gehouden van de gevechten
en verbleef schijnbaar angstig ver achter zijn linie.

De Kleine Rode zou aanstonds verdwijnen achter de bergen van Tyra
waarvan de hoge besneeuwde toppen vanaf het slagveld in de verte
te zien waren, toen de linie van de Narai
tekenen van uitputting begon te vertonen,
en zelfs op enkele plaatsen dreigde te breken.
Maar Challym II was niet in de positie om dit te erkennen,
daar hij tezamen met de Garde in een zeer verbeten gevecht met vijandelijke elitetroepen was verwikkeld.

Nu, dit alles was Chron, de aanvoerder van de reservetroepen niet ontgaan.
Daarom besloot hij het bevel van Challym II tot versterking niet af te wachten.
Hij wierp zijn gardisten weloverwogen in de strijd.
Door een felle aanval op de rechterflank uit te voeren,
trachtte hij de steeds verder terugvallende linie te ontlasten.
Tevens stuurde hij mannen naar de plekken waar hij ze het hardst nodig achtte.

Chron zelf begaf zich met een kleine afdeling onverschrokken veteranen van de garde naar het midden van de linie, om Challym II en zijn mannen
die dreigden ingesloten te raken, te ontzetten.
De aankomst van versterkingen bracht nieuwe moed en vechtlust in de rijen van de Narai.
Na enige tijd begon de vijand zelfs langzaam te wijken

De Kleine Rode ging onder en de noordelijke lucht kleurde bloedrood.
Boven het slagveld zweefde een uil alsof die op zoek naar prooi was.

Ik was daar toen Chron zijn Kampioen Challym II uiteindelijk bereikte.
Nooit vergeet ik de bezeten blik in de ogen van Challym II.
Hij leek mij eerst verwonderd toen hij de aanvoerder van de Garde daar zag,
maar na een korte woordenwisseling moet hij de motieven van Chron begrepen hebben, want zij omhelsden elkaar, en zochten toen, tezamen
het heetst van de strijd op..

Kort daarna arriveerde een koerier met hoopvolle tijdingen van de rechtervleugel.
De vijandelijke linie was daar dermate verzwakt
zo achtten de aanvoerders van de Narai ter plekke,
dat zij mogelijkheden zagen om een doorbraak te forceren.
Daarom verzochten zij nu om nieuwe orders
Challym II zond de koerier terug met het bevel aan de rechtervleugel om tot de aanval over te gaan, en indien mogelijk, de vijand naar de Dymme op te jagen.
Kort daarop zagen wij de vijand op onze rechterflank daadwerkelijk in totale verwarring en algehele paniek uiteenvallen.
Onder leiding van de bezielende Gardeaanvoerders
stortten de Narai zich toen op de vluchtelingen.

Nu beseften de meeste krijgers van Lygann Kraw dat de slag verloren was,
en al snel keerden velen van het het gevecht de rug toe, en sloegen op de vlucht.
Zij vluchtten naar de Dymme,
recht in de fuik die Challym II voor hen had opgezet.
De Narai joegen de verslagen vijand nu over de heidevelden op naar de rivier.

Toen liet Challym II de hoornen het aanvalssein aan de eerder
van het slagveld teruggetrokken troepen geven.
Deze snelden zich op dit signaal het slagveld op,
en sneden de vluchtwegen van de vijand af.
Toen moeten de Lyganni krijgers beseft hebben dat hen niets restte dan
de dood door het zwaard, of de dood door verdrinking.
Velen konden geen keuze maken en renden doelloos heen en weer,
tot zij uiteindelijk werden doodgeslagen.
De restanten van het vijandelijke leger zochten vertwijfeld naar een veilig heenkomen, maar de open heide bood hun slechts enkele vrijstaande bomen.
Zij, die nog tot verzet in staat waren,
probeerden deze bomen als rugdekking te gebruiken.

Toen zag ik voor het eerst Trakl II ‘de Bloedzuiger’ in het aangezicht.
Hij had zich, samen met enkele van zijn meest trouwe onderdanen
in een kring om een oude boom teruggetrokken.
Challym II vond hem daar,en wilde het gevecht met hem aan gaan.
Maar een vijandelijke krijger sloeg Challym II van achter neer
voor dat het tot een treffen tussen de Kampioenen kon komen.

De gardeaanvoerder van de Narai, Chron zag dit gebeuren
en snelde zich naar de gevallen Kampioen.
Challym II was dodelijk verwond.
Geen kent de laatste woorden die Challym II sprak tot Chron,
en ook ikzelf kan slechts verhalen over de woede die zich over de gardeaanvoerder meester maakte, toen zijn Kampioen in zijn armen stierf.
In volkomen razernij greep Chron, Challyms speer en wierp deze met ongekende kracht naar de Bloedzuiger.
De speer doorboorde Trakls hart en nagelde hem aan de boom.
Een uil kraste hoog boven het slagveld.

Zo stierf de Bloedzuiger.
En met zijn dood brak ook het laatste verzet van de vijand.
Nog voor De grote Witte achter de horizon verdween was de slag ten einde.
Er wordt gezegd dat er die dag geen naar Lygann Kraw is teruggekeerd.

Na de slag hebben de Narai hun gevallenen volgens hun gewoonte met veel eerbetoon en luister in een enorme grafheuvel bijgezet.
De gevallen vijanden hebben zij, ook naar gewoonte
Aan de Grote Ehun geofferd en de raven ten prooi geschonken.

Aldus tekende ik naar eigen zien en waarheid op:

Sateltak
Schrijver van het huis van Turrin
van Zomi
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://stichtingatherin.actieforum.com
 
De Slag bij Andolyss aan de Dyme
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Stichting Atherin :: Atherin IC :: (Nara) Carrillon :: Bibliotheek-
Ga naar: